Wat is klinisch redeneren?




Klinisch redeneren is het begrijpen en verwoorden wat je ziet bij je patiënt of in een situatie. Het helpt je de situatie te overzien en op de juiste manier te interpreteren. Op die manier kun je de juiste interventies uitvoeren en begrijpen. Klinisch redeneren kun je niet zonder een goede basiskennis. Die verzorgende, verpleegkundige (of andere medische) basiskennis doe je op uit je opleiding én daarna uit werkervaring. Je krijgt die kennis namelijk nooit door één keer leren. Herhaling en ervaring is hierbij erg belangrijk.

Klinisch redeneren is niet bedacht door Marc Bakker, zoals veel mensen denken, maar wel door hem verder ontwikkelt. De methode helpt je om interpretaties te kaderen en zo op een juiste manier klinisch te redeneren. Zijn boek, dat de methode bespreekt, is online te koop via deze link. Anno 2020 zijn er veel verschillende boeken te vinden over klinisch redeneren.

Klinisch redeneren is een belangrijke taak van verpleegkundigen en andere medische zorgverleners. Tijdens de opleiding wordt er steeds meer aandacht aan besteed. Tijdens stages wordt de leerling geacht te klinisch redeneren en meestal wordt dit getoetst. Er moet dan bijvoorbeeld een casus worden uitgewerkt.

Maar ook na de opleiding wordt er veel gebruik gemaakt van klinisch redeneren. Om te begrijpen en verwoorden wat je nu eigenlijk ziet bij je patiënt, om je ‘klinische blik’ te ontwikkelen. Ook (assistent) artsen gebruiken klinisch redeneren in hun dagelijkse werk.

Wanneer je op de werkvloer stage loopt, lijkt dat het perfecte moment om te gaan klinisch redeneren. Dat is deels waar.

Je komt mooie casuïstieken tegen en kunt veel oefenen. Helaas komt het ook voor dat er regelmatig niet voldoende tijd is om je klinisch redeneren voldoende uit te kunnen werken. Stagiaires lopen hier geregeld tegenaan. Zorg ervoor dat je als stagiair’of leerling verpleegkunde er alles aan doet om toch tijd te krijgen om aan klinisch redeneren te werken. Soms betekent dat dat je met je werkbegeleider concrete afspraken maakt over wanneer je aan de opdrachten kunt werken. Ook kun je aan het begin van de werkdag overleggen met je begeleider wanneer je even kunt gaan zitten en met je opdracht bezig kan. Een andere keer kan het zijn dat je ‘even tussendoor’ tien minuten mondeling klinisch redeneert met je begeleider. Al deze momenten zijn waardevol.